De druiven komen van een perceel van 1,5 hectare, zuidwestelijk georiënteerd, met kleiige kalkgrond. De wijnstokken werden in het jaar 2000 geplant en worden beheerd volgens de principes van de biodynamiek. Het wijnhuis zelf is Demeter-gecertificeerd. Na de handmatige oogst, met een opbrengst van 30 hectoliter per hectare, worden de ontriste druiven één keer gezwaveld met 20 tot 40 mg en vervolgens geperst met een traditionele verticale Coquard-pers. De gisting en rijping vinden plaats zonder toevoeging van gisten in houten vaten van 228 en 400 liter. De wijn blijft acht tot tien maanden in het vat en ondergaat een malolactische gisting. Een afheveling gebeurt indien nodig en de wijn wordt ongefilterd en zonder dosering gebotteld. De jaarlijkse productie ligt tussen de 3.000 en 4.000 flessen.